De eerste zaterdag van april 2005 De Ronde van Vlaanderen (RvV) wordt traditiegetrouw gehouden op de eerste zondag van april, dit jaar voor de 89ste keer. Mindere goden zoals wij, de "wielertoeristen", mogen vandaag (zaterdag) aan de slag. Ik hoor hierbij en doe alweer voor de derde keer mee. Het belooft een mooi-weer tocht te worden. Zeker en vast.
De wekker gaat, het is kwart voor vijf in de ochtend. Snel even douchen, eten, en dan staat Albert B. aan de deur. Fiets opladen, op naar de volgende, Henk G. Wij zijn compleet. Het verzamelpunt is het benzinestation aan de Wijchenseweg, Nijmegen. Daar staan de anderen al te wachten. Tien Cycletimers zullen vandaag een ingekorte versie van de Ronde (140 km) gaan rijden.
Twee-en-een-half uur is het naar Ninove, startplaats van de (korte) Ronde voor wielertoeristen. Voor aankomst in Ninove is het al goed druk, over grote lengte langs de weg staan auto's geparkeerd. We rijden ze allemaal voorbij. Ons vaste parkeerplekje is bij een garage aan stoplichten. Handig, want hier kunnen wij gebruik maken van het toilet. Uiteindelijk staan we na inschrijving aan de start voor een volgende recreatieve editie van Vlaanderens hoogmis.
Mijn voorbereiding is allesbehalve optimaal. Om eerlijk te zijn, dit is slechts de derde keer dit seizoen dat ik op mijn racefiets zit. Ik heb slechts 160 km in de benen! Vragen om ellende? Tijd zal het leren. De eerste dertig kilometer is er natuurlijk nog niets aan de hand, maar dan beginnen de echte klimmetjes, 17 in totaal. Ik noem hier alleen een klein aantal. De Molenberg komt als een van de eersten, een steile klim over een smalle weg met, hoe kan het ook anders, kasseien. Meer Vlaams dan dit kan het eigenlijk al niet worden. Het gevloek en getier is niet gering als een ongelukkige uitglijdt en tot stilstand komt. Stilstaan betekent afstappen en verder lopen, en lopen op zo'n steile helling is niet makkelijk, laat staan leuk. Je komt toch om te fietsen? De oude Kwaremont is Waterloo voor Cees. Hij komt als laatste boven. De ketting van zijn fiets loopt er op de kleinste bladen continue af. Weg met die fiets. Of toch eerst de moertjes van de voorbladen vastdraaien? Zijn handen zitten dan al onder het vet, een echte "smeerkees". "Als we de Koppenberg hebben gehad, dan geloof ik het wel", zegt mijn chauffeur Albert B. tegen me. De Koppenberg, misschien wel de ergste van de ergste steile klimmen op kasseien. Hier kom ik boven, zonder een voet aan grond te zetten, iets wat menigeen niet lukt. Het gaat nog opperbest. Op een snelweg zie ik ultieme Vlaamse woorden als "dwarsende fietsers". Automobielisten, u bent gewaarschuwd!
Dan komt de man met de hamer. Na al zo'n 80 km schroef ik mijn tempo omlaag, en probeer te herstellen. Het lukt, het blijkt een hamertje te zijn. Wat een blikje Cola zonder suiker al niet kan doen! Het tempo gaat weer omhoog. Heb ik het woord "kasseien" al gebezigd? Niet alleen tijdens klimmen, maar voornamelijk op de vlakkere stukken kom je ze tegen. Mijn vingerkootjes doen pijn als gevolg van het rammelen. Het beste lijkt toch te zijn om er zo hard mogelijk overheen te gaan. Geraardsbergen in zicht en dat betekent bijna het einde, het Vlaamse leeuwendeel van klimmetjes is achter me. De Muur is altijd bijzonder, niet alleen vanwege zijn stijgingspercentage van 20 %, maar ook omdat op dit punt de profs vaak een gat proberen te slaan, groot genoeg voor de eindspurt. Er is ook altijd heel veel volk aanwezig, de renners aanmoedigend en halsreikend uitkijkend naar favorieten. Deze berg gaat me goed af, de laatste klim zal ook wel lukken. De Bosberg is verraderlijk omdat deze in het begin licht stijgt, maar gaandeweg steeds steiler wordt. Weer eentje met kasseien. Dan zitten de klimmetjes erop, nu is het alleen nog licht dalend terug naar Ninove.
Na aankomst gaan een zak friet met mayonaise en een donker bier van tap zonder problemen naar binnen. Deze editie is af, ik kan terugkijken op een geslaagde dag. Morgen zal Tom Boonen op magistrale wijze de 89ste Ronde van Vlaanderen winnen. |