Dag -1: Donderdag 7 juni.
De bagage is al in Frankrijk met de twee kwartiermakers: Willem-Jan en Michel. Voor ons begint de voorpret nu pas: het opladen van de fietsen op de fietskar. Wat zeg ik? Fietskar? Zeg niet zomaar ‘fietskar’ tegen deze door Henk Bosch met bloed zweet en tranen vervaardigde onvermaarde zestien-bike-transportsysteem-met-ingenieus-achterwielbevestigingssyteem (patent-pending). Zonder gekheid, deze fietsaanhanger mag er wezen. Eentje waar de bouwer met recht trots op mag wezen. In minder dan een uurt staan al onze karretjes muurvast en strikt gescheiden van elkaar op de aanhanger. Geen van ons hoeft bang te zijn dat zijn trots onderweg beschadigingen zal oplopen. Met een gerust gevoel weer huiswaarts. Nog even proberen wat uurtjes slaap te pakken en dan morgen lekker vroeg uit de veren.
Dag 0: vrijdag 8 juni.
Volgens afspraak zijn we om 6:00 uur bij de poort. Wat mij nooit gebeurt, gebeurt me nu wel. De wekker een uur verkeerd. In plaats van 4:30uur zet ik hem om 5:30uur. ‘Gelukkig’ heb ik een zeer onrustige nacht (hoe zou dat komen?) en kom ik er om half drie achter. Maar uiteindelijk toch iets te laat opgestaan en daardoor als laatste bij de NXP poort. Slechts vijf minuten te laat, maar de rest zit al te drammen en te zeuren. Bij een vergadering zijn ze nooit zo mooi op tijd.
Maar goed, vrolijk en met veel zin in de komende dagen gaan we op pad. Na tien minuten wordt de koffie van Cees ingeschonken. Nou ja, geschonken… Je moet hard met de kan schudden om de koffie eruit te krijgen, zo sterk is ie. Maar dat houdt ons (maakt ons) wel goed wakker. De eerste twee uur wordt er dan ook veel gepraat en gelachen en worden de routekaarten en de te fietsen colletjes bestudeerd, maar daarna begint de korte nacht toch zijn tol te eisen en vallen er links en rechts wat oogjes dicht. Het wordt rustig in de auto. Bij mij werkt de koffie op een ander manier. Van slappe koffie moet ik pissen, sterke koffie werkt laxerend…. Gevolg: zit ik hier op de achterbank mijn sluitspier in plaats van mijn kuitspier te trainen. En Jos Klappe zit achter het stuur en denkt voorlopig nog niet aan pauze. Nog een uurtje ‘doortrainen’ dus.
Na de eerste pauze wordt weer een stuk gezelliger aan boord. De kleine ongemakken zijn verdwenen en we zijn per slot van rekening op weg naar een mooie bestemming. De fietszonnebrillen komen te voorschijn om nog meer in de stemming te komen. Met slechts heel af en toe een buitje verloopt de reis voorspoedig. Telefonisch contact met de kwartiermakers leert ons dat ook daar het weer goed is. Willem-Jan en Michel hebben de dag hiervoor prima kunnen fietsen en het door Cycletime ingezamelde bedrag aan Leo Peelen kunnen overhandigen.
Aankomst in Bourg St. Maurice is om 18:10 uur. In totaal hebben we dus 12 uur en vijf minuten over de reis gedaan. Niet slecht, maar jongens, dat kan sneller… Het weer is prima, maar in de verte ziet het wel dreigend uit. Onderweg hebben we trouwens ook gezien dat de Col d’Iseran nog dicht zit. Afwachten wat het weer gaat doen de komende dagen. Op de camping hebben Michel en Willem-Jan al aardig voorwerk gedaan. Een balzaal in de vorm van een tunneltent biedt onderdak aan alle zooi die we drie dagen eerder ingeladen hebben. Eerst de andere slaaptentjes opzetten, dan een biertje en vervolgens aan het koken. Helaas voor Cees was er geen Gali bier voorradig dus speciaal voor hem gaan we in één van de komende dagen de Galibier opfietsen.
Tijdens het koken komt er wat nattigheid uit de lucht vallen. Die dreiging zat er lang in. Geen nood. Branders opgepakt en in de tunneltent. Past precies allemaal. Perfect! Als vanouds weet Peter, met wat hulp van anderen, in weinig tijd een heerlijke nasi maaltijd te bereiden. Een goede bodem om morgen aan het echte werk te beginnen. Nog een kopje koffie en dan snel naar bed, de slaapschade van de nacht ervoor inhalen.
Les 1 van deze dag: Alles wat je zegt wordt tegen je gebruikt, dus maak nooit grapjes over sluitspieren of aanverwante artikelen. Les2: Neem altijd voldoende elastieken mee op vakantie. Je weet maar nooit waar het goed voor is.
Dag 1, zaterdag 9 juni.

De eerste nacht is prima verlopen. Geen regen meer gehad en ook bij het ontbijt was het perfect weer. De ontbijtploeg heeft prima inkopen gedaan (zelfs croissants!) zodat de hongerige wolven toestormen en kunnen bunkeren voor de hele dag. Peter heeft de avond ervoor enkele voorstellen gedaan en gezamenlijk hebben we gekozen voor een niet al te zwaar rondje van 120km. Een echte ‘inrijdag’ dus, perfect om de stijve benen van een hele-dag-in-de-bus-zitten weer los te fietsen. En we hebben er zin in want iedereen staat mooi op tijd klaar. We vertrekken zelfs 5 voor 10!
Het dorp door en dan begint meteen de klim: Col de Petit St Bernard. Een lange klim: 30 km en 1330hm, maar niet steil. Heel erg constant: ongeveer 4%. Het weertje is prima. Beetje wind, lekker zonnetje en zo’n 23°C. Op ongeveer 1900m zien we de eerste sneeuw langs de kant van de weg liggen. Soms nog erg dikke pakken. Door de vele smeltsneeuw kunnen we ook genieten van enkele wild stromende bergbeken. Ook het uitzicht is mooi. Een bijzonder mooie klim dus. Met iets minder dan een halfuurtje tijdsverschil is de hele groep boven. Even iets drinken in de refuge en dan 30km dalen. Eenmaal onder in het dorp aangekomen (1450m) beginnen we al snel aan een klein klimmetje, dachten we. Peter bleek zich 200hm vergist te hebben, zodat we toch nog zo’n 500hm moesten overwinnen. En wat nog grappiger was: het was knap steil met stukken van 13%. Staat tegenover dat de afdaling aan de andere kant net zo steil was, maar wel twee keer zo lang.
Met 65km en 1800hm in de benen hoeven we nog maar één klimmetje. Nogmaals de col de Petit St Bernard, maar dan van de andere kant. Detail: wederom1250hm. De meesten zijn al knap moe en beginnen dan ook met frisse tegenzin aan de klim. De uitzichten, onder andere op de Mont Blanc en over prachtige dalen en mooie bergen, maken veel goed. Eenmaal boven zijn de verwensingen niet van de lucht. Je vraagt je af wie fietsen nog leuk vind. Maar dit doen we toch vrijwillig? Maar eenmaal op de camping is iedereen weer goed gemutst en trots op de geleverde prestatie. Het was dan ook een prachtige tocht!!!
Les 1 van deze dag: wantrouw rustige inrijtochten. Les 2: trek nooit een dames koersbroek aan als je met een mannenclub gaat fietsen.
Dag 2, zondag 10 juni.

Na de toch wel zware dag van gisteren staan er vandaag wat minder hoogtemeters op het programma. Vanuit de camping gaan we na anderhalve kilometer beginnen aan de klim naar de Cormet de Roselend. (Waarom eindigt dit op ‘-elend’?) De stijgingspercentages wisselen wat en variëren van –1% tot ~10%. Daardoor is het soms wat lastig om in je ritme te blijven. Maar ook deze tocht is weer prachtig. Aanvankelijk fietsen we door een kloof. Dat betekent dus veel schaduw en daar zijn we allemaal erg blij mee, want het is behoorlijk warm. Het fietsen door zo’n kloof heeft zo zijn eigen charmes. Links en rechts gaat het erg stijl omhoog met veel rotspartijen. In de kloof stroom, uiteraard, een beek hetgeen schitterende plaatjes oplevert. Kolkende beek van schuimend blauw-groen water, overhangende bomen en een bruggetje. Precies achter deze doorkijk ligt een grote berg op de achtergrond. Het bos van die berg gaat eerst over in Alpenweides waarvan de kleuren een bonte aaneenschakeling vormen van vele kleuren groen. Daarboven rotspartijen en met sneeuw bedekte bergtoppen. Vlak na dit prachtige uitzicht volgt er weer een ander soort uitzicht, namelijk een uitzicht op de ontbering die ons nog te wachten staat; het zicht op de berg die we aan het beklimmen zijn. Heel in de verte en toch echt wel erg hoog zien we een betonnen rand staan: de ‘vangrail’ van de weg waar wij dadelijk ook over heen zullen fietsen. Oeps, dat is nog een flink eind te gaan. Ik sterk mij met de wetenschap dat ik het kan en dat als ik dadelijk daar ben, ik naar beneden kan kijken en zal danken: “Uit dat dal daar ver beneden, daar ben ik vandaan gekomen. Dat heb ik toch maar weer mooi geflikt.”
Na hiervan genoten te hebben volgen er enkele haarspeldbochten. Om ons aan te moedigen is er een dertigtal koeien dat een ‘koe-bel concert’ voor ons ten gehore breng. Klinkt leuk, maar als ze allemaal tegelijk gaan lopen, zoals gisteren, dan is het bijna een oorverdovend lawaai. Na de tien haarspeldbochten volgt nog een steil stuk waarna het landschap een ander aangezicht krijgt. We komen het bos uit en fietsen nu door en langs een groot, breed dal. Midden in dat dal, hoe kan het ook anders in deze tijd van het jaar, wederom een mooi wild stromende bergbeek. Het zou alleen maar genieten zijn als er niet af en toe wild razende motorrijders langs kwamen scheuren. Eerlijk is eerlijk: ongeveer de helft van deze gemotoriseerde tweewielers gedraagt zich netjes en rijdt rustig. De andere helft daarentegen, kan je behoorlijk laten schrikken en scheuren soms rakelings langs ons heen. Alsof ze wedstrijdje doen wie het dichtst langs fietsers durft.
Bij deze klim zit duidelijk het venijn in de staart. Een vrij lang recht stuk dat in eerste instantie oogt als vals vlak, maar toch zo’n 5 tot 6% is, met als speciale toegift een ferme wind recht op kop. Maar ook die moeilijkheid overwinnen wij en boven op de berg is het weer goed toeven. Boterhammetje, veel drinken en even uitrusten. Daarna splitst de groep zich. Enkele gaan weer terug naar de camping, terwijl de rest nog de afdaling neemt naar het stuwmeer Lac du Roselend, een mooi meer met een indrukwekkende stuwdam. Nog even 150m steil omhoog naar Col du Pré en dan rechtsomkeert om via Cormet de Roselend weer moe maar zeer voldaan op de camping aan te komen. Dit was een mooie en relatief rustige tocht. Geheel in die stijl houden we ook het eten eenvoudig: PIZZA!
Dag 3, maandag 11 juni.

Vandaag weinig tijd / zin om uitgebreid verslag te doen, maar ook deze tocht was een bijzonder mooie. De klim naar Col d’Iseran is een lange klim: 48km, en bovenaan zal het wel koud zijn. Om niet al te lang in de kou op elkaar te moeten wachten besluiten we om gescheiden te vertrekken en wel met een verschil van een half uur. Op een koffie incident na verloopt de tocht prima en komen we allemaal boven met een maximaal tijdsverschil van 20 minuten. Ben was vandaag chauffeur, heeft foto- en film opnames gemaakt en ook nog, jawel, overheerlijke abrikoos-pudding croissants gekocht. Man, wat is dat lekker na 3 uur klimmen. En koud was het inderdaad, dus na de bekende foto sessie toch maar weer snel aan de afdaling begonnen. Het dal vlak voor Val d’Isère is adembenemend mooi en al genietend komen we vandaag vroeg op de camping aan. En dat was maar goed ook, want al vrij snel begint het te regenen. Dat dat voor ons de pret niet mag drukken moge duidelijk zijn. Het overwinnen van de Col d’Iseran is voor ieder van ons een prestatie van formaat!
Dag 4, dinsdag 12 juni.
Het gescheiden vertrek van de dag van gisteren zet zich vandaag versterkt voort. Een klein groepje, waaronder ondergetekende, gaat niet met de racefiets op pad, maar met de MTB. We laten ons met onze karretjes naar Arc 2000 brengen; een verzameling appartementen, wat horeca gelegenheden en winkeltjes, oftewel, een skidorp waar in de zomer niets en niemand te vinden is. Dit kunstmatige dorp is nog in nevelen gehuld op het moment dat wij uit het busje stappen. Koud dus. Rillen. Meteen maar armstukken, windbreker, regenjack enz. aangetrokken en dan op de pedalen. Even zoeken om een pad te vinden maar na wat zoeken vinden we een pad waarbij je je goed kunt voorstellen dat in de winter de skiërs hierlangs afdalen. 2418m is vandaag onze top. Om daar te komen moeten we nog wel onze fiets door. Helaas wat weinig mooie uitzichten vanwege de wolken, maar toch genieten. Ook in de afdaling moeten we nog wat sneeuwpartijen trotseren, maar bergaf is dat toch een stuk makkelijker.
We zetten de tocht voort, nu niet over de weg, maar over een ski-piste. Met de fiets voelt dat echt een heel stuk steiler dan op de latten. Ik voel mij hier niet prettig bij, mede vanwege de vele stenen en dus blijven we in het vervolg gewoon op de wegen. Na wat zoeken komen we uiteindelijk bij gepijlde MTB-routes. Voor de echte MTB-er onder ons, Willem-Jan, is dit smullen en genieten. Een behoorlijk steile en technische afdaling. Voor de oudjes en de minder ervaren MTB-ers is het even slikken. Regelmatig gaan dan ook de voetjes aan de grond of gaat zelfs de fiets aan de hand. Het is een afdaling, blijkt achteraf, van de zwarte categorie. Dat betekent dat je continu helemaal achter je zadel zit en voortdurend in je remmen knijpt. Zeer goed opletten want vallen naar de verkeerde kant houdt meteen een forse duikeling in. Maar ‘gelukkig’ fietsen we door het bos, dus heel erg diep kun je niet vallen.
Naarmate de tocht vordert neemt ook de behendigheid toe en begin ik er zelfs zowaar echt plezier in te krijgen. Jammer dat we benden zijn!! Maar wat let ons? We gaan gewoon nog een keer! Henk vond één keer wel welletjes en is dus bereid om ons naar boven te brengen met het busje. Natuurlijk willen we wat variatie, dus we zoeken een andere route uit. Een GR. Het pad is snel gevonden en vol goede moed beginnen we aan een tweede afdaling. GR staat voor Grand Randonée. Een wandel pad dus. Nou dat hebben we geweten. In het begin ging het nog wel aardig, maar na zo’n tien minuten moest zelfs onze MTB-specialist afstappen. Niet dat we dan opgeven, nee hoor. Daar zijn we te stoer voor. Bovendien zou het best wel eens zo kunnen zijn dat een klein stukje verder de weg beter begaanbaar wordt en dat willen we niet missen! Echter, de begaanbaarheid neemt eerder af dan toe. Het verstand wint het tenslotte toch. Met frisse tegenzin besluiten we om om te keren en terug te lopen.
Het pad waar we met onze zware fietsen en MTB-schoenen op lopen, is een wandelpad waar je als geoefende wandelaar en met stevige wandelschoenen al moeite mee zou hebben. Paadjes waar je niet graag tegenliggers tegenkomt omdat het zo smal is, laat staan een fiets met je mee zeulen (soms op de schouders).Trekkend en sleurend aan onze fietsen, over omgevallen bomen en om rotsblokken heen klauterend, moeten we nog 150 hoogtemeters overwinnen om weer op een begaanbaar weggetje te komen. Toch weer een heel ander soort training. Precies een uur nadat Henk ons succes en veel plezier gewenst heeft, beginnen we aan een nieuwe poging. Eerst een stukje over de weg terug en dan voor de tweede keer de MTB-route opsnorren. Dat we nu weer dezelfde route fietsen is van de ene kant niet zo leuk, nieuw is altijd leuker, maar van de andere kant weten we nu wat ons te wachten staat. Geleerd van de eerste tocht blijkt dat we nu veel minder vaak een voetje aan de grond hoeven te zetten. Na anderhalf uur stuiteren en butsen, komen we voor de tweede keer, zeer voldaan op de camping aan.
De rest heeft ook een hele mooie dag gehad. Zij zijn richting Moutier gefietst over allerlei klein weggetjes. Geen grote of bekende cols, maar alles bij elkaar toch behoorlijk wat klimmetjes en ook weer hele mooie uitzichten. Vanavond BBQ en dan mentaal voorbereiden op de volgende dag, de Koninginnenrit: Eerst de Glandon op, dan afdalen via de Croix de Fer en als toetje de Col de Madeleine. Dat belooft een zware dag te worden!
Dag 5, woensdag 13 juni.

Voor zo’n zware dag sta je natuurlijk iets eerder op. Brood smeren, drinken klaar maken, fietsen nog een keertje bekijken (staan al op de aanhanger) en dan om klokslag negen uur in de bus, op weg naar La Chambre. In de bus is het redelijk rustig, ook al zitten we met z’n tienen als sardientjes opéén gepakt. Is men zo rustig vanwege de concentratie? Of zien we toch een beetje op tegen de cols die komen gaan? Na ongeveer anderhalf uur tuffen komen we op plaats van bestemming aan. Ook nu starten we weer in twee groepjes met 15 minuten tussentijd, om boven op de col de verschillen niet te groot te laten zijn, een formule die bewezen heeft goed te werken. En dan begint het. Diep ademhalen, inklikken en rustig starten.
Col du Glandon is een pukkel van formaat, 1500hm te overbruggen op iets minder dan 22km. Een strijd tegen de zwaartekracht, tegen de hitte en tegen de vliegen. Een strijd die ieder individueel moet strijden. (Alhoewel, vader en schoonzoon hebben ook nog een onderlinge strijd te beslechten). Het venijn van de Glandon zit ‘m in de staart. De hele klim is gemiddeld bijna 7%, maar de laatste 2,5km zitten boven de 10%. Langzaam maar zeker zie ik de hoogte meters oplopen. Voor mezelf heb ik op het vlakke deel, net voor de helft van de klim, even een eet- en drink moment ingelast. Wel door blijven fietsen, maar even een tandje rustiger om met mueslirepen en sportdrank weer energie aan mijn vermoeide lijf toe te voegen. Ik moet immers nog een stukkie… Het loont zich want ook het laatste venijnige stukje lukt mij om goed omhoog te fietsen. In 1uur en 53 minuten heb ik de Glandon bedwongen. Yes!
“Naar de Croix de Fer stelt het vervolgens niets meer voor. Nog 2 – 3 km bijna vlak”, was mij die ochtend nog gezegd. Inderdaad niet ver meer, maar als je net 1500hoogtemeters, waarvan 2km 10%, achter de kiezen hebt, dan is “bijna vlak” van 5% toch wel een beetje een tegenvaller. Maar met de kiezen op elkaar lukt dat uiteraard ook nog en bovenaan in het restaurantje wacht een overheerlijke bak koffie, een cola en mijn eigen proviand. Op elkaar wachtend wisselen we de verhalen en ervaringen uit. “Het liep voor geen meter”. “Heerlijke col”. “Ik ben de hele tijd met mijn hartslag onder de … gebleven” enz, enz. Ieder heeft zijn eigen belevenis die hij wil delen of gewoon even kwijt moet. Iets is pas een prestatie als je er anderen deelgenoot van kunt maken.
Het volgende onderdeel van deze koninginnenrit is eerst de afdaling van de Croix de Fer en vervolgens de Col de Madeleine. Maar wat een pech. Een wegomleiding vanwege een afgesloten tunnel. Twee mogelijkheden: terug de Croix de Fer op (is stompzinnig) of de wegomleiding volgen en via Col de Mollard naar La Chambre. Toch wel even zo’n 390hm en 20km extra. Even een tussendoortje waar geen van ons op gerekend heeft. We dachten naar de bus terug te fietsen, louter dalend. Deze extra klim kost kracht, veel kracht als je eigenlijk niet genoeg gegeten en gedronken hebt zoals Cees en Noud. Eenmaal bij de bus aangekomen zijn beide heren dan ook helemaal op en moeten besluiten om niet meer aan de Col de Madeleine te beginnen. Erg jammer natuurlijk. Ben houd het ook voor gezien. Peter, last van z’n knie, besluit om wel te starten en maar te zien hoe ver hij komt. Bij mij slaat de twijfel ook toe. Ik voel me niet slecht, maar echt vanzelf gaat het toch ook niet meer. Mijn tellertje geeft 28°C aan. Nogmaals veel eten en vooral veel drinken en dan toch vol goede moed op pad. Al snel ben ik de achterste van het groepje dat nog op fiets zit, mede vanwege de wederom gescheiden start. Maar helemaal alleen ben ik niet. Een groepje zwarte kleine zangertjes vliegen om mij heen, met hun vleugeltjes voor verkoeling zorgend. Althans, dat probeer ik mezelf in te prenten, want eigenlijk zijn het alleen maar irritante ‘beep’-vliegen die de hele tijd kriebelend op mijn hoofd, armen en benen neer strijken. Ze komen en-masse op de zweetlucht af, denk ik. Achteraf hoor ik dat ook mijn medeklimmers last van een soortgelijk gezelschap hadden.
“De eerste 10km zijn het zwaarst”. Ja dat klopt, maar de rest is ook behoorlijk heftig. Na ongeveer een uur haal ik Michel in. Iets later stapt Peter in de bus. Henk blijkt inmiddels vlak voor mij te fietsen. Hij lag aanvankelijk verder voor vanwege de eerder start, maar pijn aan z’n voet heeft hem doen besluiten even bij de bus te stoppen en wat te drinken. Met vernieuwde kracht kan hij weer verder. Voor mij is het fris er ook af. Puur op wilskracht ga ik verder. Ik probeer nog wel van de mooie route en de prachtige omgeving te genieten, maar ik moet eerlijk zeggen dat dat niet de hele tijd gelukt is. Ik heb heel veel asfalt gezien en vaak op m’n tellertje gekeken. “Alweer 100hm, nu nog maar 800”. Met dit soort ‘terugtel-acties’ houd ik de moed erin. Ik weet dat ik het kan. Opgeven is uitgesloten. Eraan beginnen is ook afmaken, of je moet materiaalpech of echte fysieke klachten krijgen. ‘Gewoon moe’ mag nooit de reden van stoppen zijn. Het blijkt dat ik het eten en drinken ook vandaag weer goed ingeschat heb, want ik kan de hele tocht op m’n hartslag blijven letten en de hele col bedwingen. Willem-Jan moet zijn strijd met Jos op de Glandon nu bekopen met een inzinking. “De benen zijn leeg”, met als gevolg dat ik hem zelfs nog op 1km onder de top kan passeren. Ook Jeffrey ziet mij naderen, maar die denkt: “dat laat ik mij niet gebeuren”, dus die zet nog een tandje bij. Vlak achter Jef en met een euforisch gevoel bereik ik de top in 1uur en 59 minuten.
Niet zo heel veel later komt Michel als laatste over de streep. Heeft hij nog wat over? Lijk er wel op, want hij zingt luidkeels: “En de pijp die is niet leeg, nog lange niet, nog lange niet”. Maar de pijp is wel degelijk aardig leeg. Afdalen gaat nog prima, maar dan toch heel erg dankbaar neerploffen in de zachte stoelen van de bus. Eten kopen en dan snel op weg naar de camping. Een memorabele tocht met in totaal 3541hm in 120,3km. Met recht de koninginnerit genoemd.
Dag 6, donderdag 14 juni.
De laatste dag is traditiegetrouw een uitrij dagje. Zeker na de zware tocht van gisteren. Alhoewel, de eerste klim, vanaf de camping naar Arc1600 er is eentje van 800hm en 6% gemiddeld. Over kleine weggetjes is het een lekkere klim met veel schaduw en toch ook mooie vergezichten. De meeste van ons fietsen dit stuk in hun eigen tempo zodat de groep toch weer snel uit elkaar valt. De vader-schoonzoon strijd vergt ook hier weer zijn tol: Jeffrey moet lossen, maar de rest van de dag blijven we zoveel mogelijk als groep bij elkaar. Rustig trappend met een licht verzet naar boven, gewoon wat mooie weggetjes opzoeken, een kopje koffie aan het einde van het dal, en dan weer vroeg naar de camping. Onderweg nog wat foto’s maken, onder andere van dalende Cycletimers. Voor het thuisfront en voor onszelf.
Op de camping aangekomen, zijn er twee die er geen genoeg van kunnen krijgen: Cees, omdat hij de bijna helft van de koninginnerit heeft moeten missen, en ondergetekende omdat ik er nóóit genoeg van kan krijgen. Ben ik een keertje in de bergen, dan moet ik fietsen ook. Het bier en de wijn kunnen wel wachten tot ik weer terug ben. Met z’n tweeën gaan we nog een stuk de Cormet de Roselend op om nog hetzelfde dal in te kunnen gaan dat Peter op dag 2 ook gedaan heeft. Zijn verhalen over de schoonheid van dat dal hebben ons aangestoken. Willen we zelf ook zien en meemaken.
De klim van de Roselend tot 1500m gaat prima, als je maar genoeg eet, drinkt en rustig aan doet. Vervolgens het dal in: ‘Ville de Glaciers’. Daar staat de wind pal op kop en is hard, erg hard. De smalle weg loopt over een zéér steile bergwand, zonder enige vorm van bescherming zoals vangrail of betonnen rand. Soms zelfs zo griezelig, dat we aan de linkerkant van het weggetje gaan fietsen. Kan ook best, want behalve een aantal wandelaars komen we slechts twee auto’s tegen. Het dal is inderdaad schitterend. Aanvankelijk breed, later smal en steil, doorklieft door een prachtige beek. Grazende koeien en een bonte verzameling van bloemen en grassoorten maken de deels besneeuwde berghellingen tot een schoolvoorbeeld van hoe mooi het in de Alpen kan zijn. Ons weggetje voert tussen rotsblokken door en haalt af en toe een stijgingspercentage van 11 tot 12%. Met de straffe wind op kop en reeds 800hm onder de pedalen is dat een pittige kluif. Maar daarom smaakt het kopje koffie, weer terug aan het begin van het dal, des te beter. Met slechts enkele regenspetters en een spaak minder in mijn achterwiel beginnen we aan onze aller laatste afdaling van deze zeer geslaagde fietsvakantie. |