Zomaar een verhaaltje

Waarom schrijf ik nou eigenlijk dit verhaaltje, eigenlijk omdat ik aan het bedenken was hoe ik nou toch heb besloten om te gaan fietsen (wielrennen wel te verstaan).
Een stukje geschiedenis vooraf. Ik ben van nature niet echt een sportmens (dit zit niet echt bij ons in de familie). De afgelopen 15 jaar heb ik toch redelijk fanatiek aan krachtsport gedaan (samen met mijn beste vriend Hans). Maar de laatste jaren wil het allemaal niet meer zo (ik zal wel een dagje ouder worden). Ook de nekklachten die ik heb/had hielpen hier niet bij.
Toen ik een twee jaar geleden op vakantiewas in Frankrijk en de nodige wielrenners bergje op zag rijden, dacht ik “deze rijders moeten vreselijk veel last van hun nek hebben”. Of misschien juist niet?! De zorgen die een mens toch kan hebben. Nou hadden we tijdens deze vakantie de kans om “de TOUR” voorbij te zien komen. Wij om een uur of 14:00 de auto in en 25 kilometer rijden naar een klein dorpje waar de tour doorheen zou rijden. We hebben ongeveer een uur moeten wachten (een hoop auto’s gingen aan het festijn vooraf, dit leverde de nodige tour spulletjes op, dit is altijd een succes voor de kinderen), voordat we de helikopters hoorden gevolgd door gemotoriseerde Gendarme. Daarna nog meer auto’s en toen gebeurde het de renners kwamen eraan.. en 4 of 5 seconden later was het weer voorbij. Wat gaan deze mannen hard…wauw. We waren er sprakeloos van. Sinds die tijd heb ik een zwak ontwikkeld voor het wielrennen. En het bleef dus ook aan mij knagen. Zou ik pijn in mijn nek krijgen als ik zou gaan wielrennen, of zou ik hierdoor juist mijn nekspieren dusdanig prikkelen dat de steviger worden en mijn nekklachten verminderen.
Eind vorig jaar vond ik dat het tijd was om mijn gedachtegang te gaan testen en ging ik eens kijken op marktplaats of ik voor een prikkie een wielrenner kon kopen zodat ik kon testen of ik inderdaad gelijk had met mijn theorie. Helaas was er rond die tijd niet echt iets te vinden voor weinig, er was tenslotte een risico dat ik nekpijn zou krijgen en het misschien helemaal niet leuk zou vinden. En om nou voor een wielrenner naar Groningen te rijden en daar 10 euro te spenderen vond ik niet echt aantrekkelijk.
Toen schoot mij te binnen dat collega Willem fietst bij Cycletime. En wie kan er nou beter met mij meedenken over mijn theorie dan Willem. Dus ik ben met Willem gaan praten en hij had een soortgelijk probleem, op de gewone stadsfiets toch wat klachten en op de wielrenner eigenlijk niet. Toen wist ik dat mijn theorie moest werken. Nu alleen nog een fiets. Dus ik voeg aan Willem of hij iemand wist die nog een oude wielrenner te koop had. Hij kende niemand maar deed wel een ander voorstel. Hij had nog een “oude” gazelle (TVM Bison). Deze mocht ik wel lenen zodat ik een aantal proefritjes kon maken. Zo gezegd zo gedaan. Het was een succes, geen pijn (in ieder geval niet in mijn nek, mijn derrière echter bleek wat gevoeliger te zijn voor het smalle zadel)
Ik wist dat Willem deze wielrenner voor zijn zoon in gedachten had, maar trok toch de stoute schoenen aan met de vraag of ik (indien zijn zoon geen interesse in de wielrenner zou hebben) ik deze van hem kon kopen. Er gingen een x-aantal weken over heen, en zo net voor de kerstvakantie stond Willem naast mijn bureau en feliciteerde hij mij. Ik had echt geen flauw idee wat hij bedoelde, maar zei als natuurlijke reflex “dank je wel … ehhh waarmee eigenlijk?” En Willem antwoordde: “je bent de trotse bezitter van een TVM-Bison Gazelle wielrenner”. Ik bedoel dat is wat je noemt nog eens een kerstcadeau.
Tja, en dan moet het nog gaan gebeuren, een paar kleine tochtjes van een kilometer of tien is nou niet echt indrukwekkend.
Tijdens een kleine vakantie met het gezin op de camping in de hoge Veluwe samen met een goede vriend (Andre) al een beetje gefietst (op de stadsfiets). En wat was ik snel moe. Ik dacht al ik ga dit nooit volhouden meer dan 10 kilometer. Hij stelde zelfs voor om naar huis te fietsen, ik bedoel van Otterloo naar Nijmegen, dat is bijna 32 kilometer
Maar eind mei van dit jaar was het dan zover, ik had besloten om op zondag 25 mei 2008 (een gedenkwaardige dag) te gaan fietsen. Maar wat bleek, mijn nieuwe buurman was recreatief wielrenner, en toen hij mij mijn wielrenner zag schoonmaken en smeren vroeg hij wanneer ik ging fietsen en hoe laat. Toen ik de dag en tijd zei gaf hij aan dat hij zou meerijden. Gehesen in wielrenkleding die ik net had gekocht gingen we op pad (ik moet er wel bij vertellen dat ik niet wist dat je onder een wielrenbroek geen ondergoed draagt, hier kom ik nog op terug). We gingen bij Overasselt de dijk op om daar een klein rondje te maken (ik was tenslotte zwaar ongetraind). Ik geloof dat we via Wijchen teruggereden zijn. Ik was total loss, waar was ik aan begonnen (achteraf hebben we 33 kilometer gefietst, nog nooit had ik zo ver gefietst). En ik had een pijn aan mijn derrière, het was vreselijk, ik ben er toen ook achter gekomen dat men “au naturelle” in de wielrenbroek stapt. Had ik dit van tevoren geweten was mij een deel van de pijn gespaard gebleven. Maar het mooiste van de hele rit was dat ik het geweldig vond. Ik heb heerlijk kunnen genieten van de omgeving en heerlijk gefietst.
De verslaving was op dat moment een feit. Vanaf dat moment werd er door mij en mijn buurman (Ashwin) wekelijks minimaal 2 keer gefietst. We waren wel vlakke rijders, maar rijden deden we.
Een paar weken later kreeg ik mijn beste vriend Hans ook zo gek om een keertje mee te fietsen, en er was weer een fietsfanaat bij. Door de maanden heen hebben we heel wat afgereden, maar voornamelijk vlak terrein. Willem nodigde mij en mijn fietsmaten uit om een keer mee te doen met de kliminterval training van Cycletime. En wij als fanatieke rijders zagen dit vanzelfsprekend zitten. We hadden wel een kleine angst dat we misschien helemaal niet zo goed konden klimmen, dus gauw de voorafgaande zondag in de stromende regen door Groesbeek gereden en natuurlijk de zeven heuvelenweg. Ook hebben we door het Reichswald gereden. We waren er klaar voor. Dit zouden wij wel even doen.
Volgens mijn logboek was deze gedenkwaardige avond op 13 augustus 2008. De afstand 52 kilometer. We verzamelden bij de Unionvelden waar we ons voorstelden aan Willem en nog twee andere renners (deze heren –de namen zijn mij helaas ontschoten - behoren tot de snelle renners - en dat was al heel snel duidelijk). Ik geef hier even de tekst die ik dezelfde avond nog heb geschreven in mijn logboek.
Dit is de avond waarop Hans, Ashwin en ik mee mogen met cycletime. Vanavond wordt de kliminterval training gereden en wij mogen dus mee. We kijken er erg naar uit en denken ook dat het wel goed gaat komen. Al in het begin ligt het tempo heel hoog en worden we meteen met onze voeten op aarde gezet met een paar stevige klimmen. Met als klapstuk voor mij de nummer 17 van Nijmegen St. Maartensberg – Holleweg (helling 5%, hm 30, afstand 500 mtr). Toen ik deze helling probeerde een paar maanden geleden met Hans kwam ik tot 2/3de. En moest ik opgeven. Nu is het me gelukt deze geheel te rijden. Het was absoluut zwaar. Maar gehaald is gehaald. Zie voor meer hellingen de site www.klimbijnijmegen.nl. Hier staan nog meer leuke hellingen op. Het was een zware rit, wat pech, Hans een lekke band, Ashwin – ketting eraf en de trapper die weer los kwam ??? Veel hellingen gezien en gereden, het was leuk en zeer leerzaam, vooral hoe je mekaar op dingen wijst, let op links en rechts, gaten in de weg enzovoorts.
Het was duidelijk, klimmen dat moesten we echt leren.
Afgelopen zondag (14 september 2008) heb ik samen met Hans voor het eerst meegereden met de zondagtraining van cycletime. We dachten we beginnen een uurtje eerder dan zijn we vast warm (een zeer slimme zet kan ik wel zeggen…ahum..sommige mensen leren het ook nooit).
Om 9:00 uur verzamelen, naast Willem staan er nog negen andere renners klaar voor de training. Na het voorstellen vertelt Willem aan ons wat hij voor route in gedachte heeft. Na de uitleg gaan we op pad. Allereerst een paar kleine klimmetjes om de spieren een beetje wakker te maken. Oftewel voor mij was dit meteen goed doorwerken want klimmen, moet ik nog steeds echt goed leren/trainen, ik rommel nog een beetje met het zoeken naar de juiste snelheid en verzet. Maar al doende leert men. Dus veel kijken naar hoe anderen het doen en uitzoeken wat voor mij het beste werkt. Op de zevenheuvelenweg slaan we links af en gaan we richting Duitsland. Ik steek meteen mijn hoofd in de hoogte om te genieten van het mooie uitzicht. Een van de redenen waarom ik fietsen zo leuk vind. Na diverse afwisselingen van vlak terrein en klimmen, komen we bij de “racebaan” van cycletime de Kartenspielerweg. Voordat ik het in de gaten heb is het grootste deel van ploeg al ver voor me uit en moet ik goed mijn best doen om niet te ver achterop te raken. Gelukkig wacht de ploeg altijd op strategische punten op de wat langzamere renner. Dus je wordt niet alleen aan je lot overgelaten. Eenmaal aangekomen bij de rest van de groep maakt Willem ook de opmerking dat dit dus hun “racebaan” is. Dat was voor mij inmiddels dus wel duidelijk. Daarop volgen nog diverse kilometers door het Duitse landschap. Afwisselend vlakke stukken en leuke klimstukken. Voor de pauze (Hans en ik hebben inmiddels besloten dat wij dan huiswaarts keren aangezien de fut er aardig uit is) is er nog een kleine doch stevige klim. Ik denk dat dit de laatste is die ik die dag ga rijden (ik moet er nog bij vertellen dat ik zonder een “tomtom” niet weet waar ik ben) en zet dus een extra tandje bij. Eenmaal boven gekomen komt Willem naast me rijden en legt ons uit hoe we huiswaarts moeten rijden. Tevens laat hij me weten dat ik hoe dan ook nog één bergje over moet om thuis te komen (mijn hoofd laat ik vermoeid naar beneden zakken…..baal…foutje). Hans en ik nemen afscheid en bedanken een aantal van de renners voor de mooie tocht en de gezelligheid. We rijden door Kranenburg naar Wyler (ik doe hier wel eens boodschappen en weet dus nu ook hoe ver het nog naar huis is….een klein dipje is het gevolg). Voordat we het bergje (voor velen is dit een heuveltje… dat weet ik, maar als je moe bent zie je ertegen op als een berg) opgaan nemen we een kleine pauze om een mueslireep te eten en iets te drinken. We komen er ook achter dat we al bijna 4 uur zonder echte pauze op de fiets zitten en dat ons zitvlak toch aardig pijn doet. We besluiten ervoor te gaan we stappen op de fiets (wat gemopper als we op het zadel gaan zitten, en natuurlijk een hoop gelach… wat doen onszelf toch aan). De rit naar boven gaat verassend goed een mooi tempo, en we zijn eigenlijk niet vermoeider dan toen we nog onderaan stonden. Zou ons lichaam dan toch getrainder raken…… het lijkt er wel op.
Ik neem afscheid van Hans en vertel hem dat ik de rest van de dag, op het schoonmaken van mijn fiets na, lekker ga luieren. We bespreken nog kort even onze ervaring met de renners van cycletime. Hans heeft ook besloten zich als lid aan te melden (ik had dit vorige week gedaan). Een goede beslissing weet ik achteraf.
De totale afstand 110 kilometer (wie had dat ooit gedacht dat ik zover kon fietsen, een paar maanden geleden had je me niet moeten vragen: “ga je mee? We gaan een ritje van 110 km fietsen”. Ik had je dan aangekeken en gevraagd of je ziek was).
Nu bedenk ik al welke route ga ik zondag rijden, hoever ga ik fietsen. Wie gaan er mee. Ga ik nog op een doordeweekse dag fietsen (als het weer het toelaat). Ik kijk met veel plezier naar de Vuelta en ben steeds weer onder de indruk van de geleverde prestaties. Kortom, ik ben dol op wielrennen en alles dat erbij komt kijken. Gezellige mensen, mooie omgevingen en nog gezond ook.
Bob Knoppers